+32 51 63 74 20 HaTwee, Koolskampstraat 63, 8810 Lichtervelde

Kenmerken van dit Coating System

Wat?

  • Corrosieklasse: C4 high durability (ISO 12944-2)

  • Interior gebruik.

  • De gecoate producten worden NIET blootgesteld aan UV-belasting.

  • De producten worden opgesteld in gebouwen met hoge luchtvervuiling en hoge vochtigheidsgraad.

Conservering

  • Minimum 1 laags poedercoating: topcoat

  • De objecten zijn vervaardigd uit gemetalliseerd constructiestaal of plaatwerk.

  • Voorbehandeling:
    Als voorbewerking voor het metalliseren worden de stukken gestraald met een reinheidsgraad van minstens SA3. Na het metalliseren worden de stukken onmiddellijk gepoedercoat. Gemetalliseerde stukken worden niet voorbehandeld.

Kwaliteitsnorm

  • Verwachte levensduur voor eerste interventie: 15 jaar. (ISO 12944-2)

  • Bij een goede behandeling van de stukken volgens de regels van de kunst, behaalt dit systeem 720 uur in de zoutneveltest met max. 2 mm onderroest. (ISO 12944-6)

Typische toepassingen

Binnentoepassingen in:

Zwembaden

Chemische fabrieken

Scheepswerven

Op ontgassingsgevoelige substraten zoals gemetalliseerd staal of gegalvaniseerd staal gebruikt men ontgassingsvriendelijke coatings. De stukken kunnen eventueel ook vooraf ontgast worden tijdens het moffelen van de primer of voor het aanbrengen van de coating.

Met de porositeitsmeter kan de aarding van de werkstukken worden gecontroleerd voordat ze gelakt worden. Een goede aarding is onontbeerlijk voor een goed lakresultaat. Onvoldoende aarding zal zorgen voor onvoldoende laagdikte, spanningsvlekken en het moeilijk bereiken van bepaalde zones.

Metallic pigmenten op basis van aluminium worden beter niet ingezet voor toepassing in vochtig klimaat. De aluminiumpigmenten trekken gemakkelijk vocht aan en beginnen te oxideren. Het metallic effect zal dus verdwijnen na verloop van tijd.

Selectief gemalen poedercoating verhogen het rendement van de terugwinning aanzienlijk. Deze poeders hebben een gereduceerd aandeel kleine deeltjes. Deze poeders kunnen met filterkabines ook 100% op de stukken aangebracht worden , dus zonder verlies.

Meer informatie

Belangrijke opmerkingen bij de systeemkeuze

Bij beschadiging van de coating zal er bij vochtbelasting een witte oxidatie te zien zijn. Dat zijn zinkoxides. Deze beschermen het zink en het staal door hun opofferende rol. Hoelang deze bescherming duurt hangt af van de hechting tussen de coating en de zink, de voorbehandeling, de corrosiviteitsklasse, de aggressiviteit van het milieu en de laagdikte van de zink en hoe frequent het oppervlak gespoeld wordt door regen of door het schoon te maken.

Metalliseren gebeurt door het spuiten van gesmolten zinkdruppeltjes op staal. Galvaniseren door het onderdompelen van de stukkjen in vloeibaar zink. Bijgevolg kunnen buizen aan de binnenzijde wel gegalvaniseerd worden maar niet gemetalliseerd. Anderzijds zal iets wat gegalvaniseerd wordt moeten kunnen gedompeld worden. Dus stukken die gegalvaniseerd worden, mogen geen afgesloten kamers bevatten en holtes hebben.

Respecteer de norm ISO 2063 in verband met de laagdikte van de metallisatie: voor C3 wordt 100 µm metallisatie aanbevolen.

Hou er rekening mee dat de tussentijdse stockage tussen het lakken en het plaatsen van de stukken in sommige gevallen aggressiever is dan waar het coatingsysteem voor bedoeld is. Dat kan leiden tot vroegtijdige corrosie of kleur- en glansverlies.

Deze adviezen zijn opgesteld voor deze respectievelijke corrosiviteitsklasse of lager.

Ingangscontrole

Voor dragende constructie in een corrosiviteitsklasse C3 of hoger worden volgens EN 1090 geen scherpe randen toegelaten. Scherpe randen dienen afgerond te worden met een straal van minstens 2 mm.

Aanbevolen laagdikte

De laagdikte van de organische coating bedraagt nominaal 80 µm.
De kleinste waarde van de laagdikte is niet minder dan 64 µm en maximale waarde niet meer dan 240 µm.

Kwaliteitscontrole

Na het lakken adviseren we de porositeit na te meten van de gelakte stukken. Kritische plaatsen verdienen extra aandacht. In geval van onvoldoende dekking van de organische coating adviseren we de stukken nogmaals te lakken, zeker voor expositie aan C3 of hoger.

Door een datalogger mee te geven in de moffeloven controleert men de uitharding van de coating. De tempartuurssondes worden bevestigd op een ongelakt teststuk met dezelfde materiaaldiktes (en indien mogelijk geometrie) om zo goed als mogelijk het werkelijke tijds-temperatuursverloop tijdens het moffelen op te meten van de gelakte stukken. Speciale software die de data analyseert vertelt u precies of de stukken voldoende of niet te veel gebakken werden.

Bij het aanbrengen van verschillende lagen over elkaar is het aangewezen de hechting tussen de verschillende coatings te controleren na het afkoelen van de stukken. De gebeurt meestel destructief door middel van een crosscut-test.

Bij een goede behandeling van de stukken volgens de regels van de kunst, behaalt dit systeem 720 uur in de zoutneveltest met max. 2 mm onderroest. (ISO 12944-6).

Voor stukken die aan vochtige ruimtes worden blootgesteld (> C2) raden we aan de ophangpunten bij te retoucheren met een geschikte natlak.

We verwijzen graag naar de Qualisteelcoat specificaties voor het lakken van dit systeem.

Hier beschrijven we hoe je de binnenkomende stukken, de omgevingsfactoren, het coatingproces en de afgewerkte objecten kunt controleren.

Praktijkrichtlijnen

Deze website maakt gebruik van cookies om uw bezoek na te gaan. Door verder te surfen stemt u in met het gebruik hiervan. Meer informatie